28 juli 2020 Deel dit artikel

Past u het factuurstelsel toe voor de btw, dan moet u de btw op aangifte afdragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Maar u heeft recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaalt. Het recht op teruggaaf ontstaat in het tijdvak waarin definitief vaststaat dat de debiteur niet meer zal betalen, maar uiterlijk 12 maanden nadat de vordering opeisbaar is geworden.

Door de huidige coronacrisis zal vaak al binnen de wettelijke termijn van 12 maanden duidelijk zijn dat bepaalde debiteuren niet meer zullen en kunnen betalen – bijvoorbeeld bij een faillissement. U kunt én moet de afgedragen btw dan in dat tijdvak al terugvorderen. De btw mag niet worden teruggevorderd in een later tijdvak dan dat waarin het teruggaafrecht ontstond.

Tip
Kampt u nu met grote liquiditeitsproblemen? Dan kan het zinvol zijn om na te gaan of u de btw op oninbare vorderingen nu al kunt terugvragen bij de Belastingdienst.

Debiteur betaalt alsnog

Stel dat uw debiteur na de teruggaaf van de btw op de oninbaar geachte vorderingen alsnog (een deel van) de factuur betaalt. Wat betekent dit dan voor u? Dan wordt u de btw over het alsnog ontvangen bedrag weer verschuldigd. U geeft die btw dan aan bij vraag 1a of 1b van de btw-aangifte over dat tijdvak en draagt deze af.

Omzetting in lening

Als een debiteur een schuld vanwege een factuur omzet in een lening, dan is daarmee de factuur in beginsel betaald. Deze debiteur hoeft dan geen btw terug te betalen die eerder in aftrek is gebracht. Daarentegen heeft u als schuldeiser dan niet meer de mogelijkheid om btw terug te vragen vanwege een oninbare factuur. Kortom, let goed op bij het omzetten van een factuurschuld in een lening, omdat dit gevolgen heeft voor de btw.

Bron: Fiscount

Laat ons u bellen