14 januari 2020 Deel dit artikel

Begin 2020 goed, met de startpunten voor de ondernemer. Deze staat boordevol handige tips en attentiepunten voor dit jaar.

Inhoudsopgave

Start afbouw maximale zelfstandigenaftrek
Stand van zaken opvolger Wet DBA
Minder kostenaftrek in de hoogste belastingschijf
Gebruik uw nieuwe btw-id
Jaaraangifte btw alleen voor natuurlijke personen
EIA ook voor CO2-uitstootbeperkende investeringen
Doe tijdig opgave uitbetaalde bedragen aan derden
Bewijs vervoer of verzending naar andere lidstaat gewijzigd
Start nieuwe kleineondernemersregeling
Geldig btw-id afnemer verplicht voor nultarief
Aanwijzing als intracommunautaire levering bij ketentransacties
9%-tarief voor digitale media
Geen administratieve knelpunten meer bij voorraden op afroep
Denk aan de btw-deadlines bij onroerende zaken
Minder kosten voor Brede weersverzekering
Borgstellingsregeling voor extra krediet startende boeren met duurzaam bedrijf

Start afbouw maximale zelfstandigenaftrek

Vanaf dit jaar wordt stapsgewijs de maximale zelfstandigenaftrek afgebouwd tot € 5.000 in 2028. Dat gebeurt in acht stappen van € 250 per jaar en een stap van € 280 in 2028. De maximale zelfstandigenaftrek bedraagt in 2020 € 7.030. U kunt gebruikmaken van de zelfstandigenaftrek als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
• u bent jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
• u besteedt tenminste 1.225 uren én
• 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Tip
Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie bijhoudt van uw werkzaamheden voor uw onderneming. De rechter heeft al meerdere keren een achteraf (bijvoorbeeld aan de hand van een agenda) opgemaakte urenspecificatie afgewezen. Regelmatig bijhouden is dus beter.

Stand van zaken opvolger Wet DBA

Tijdens de behandeling van de Wet Arbeidsmarkt in Balans is erop aangedrongen om snel adequate maatregelen te nemen voor de bescherming van zzp’ers, vooral aan de onderkant van de markt. Tegelijkertijd moeten echte zelfstandigen de ruimte krijgen om te ondernemen. In dit kader spraken de Kamerleden over een zogeheten ‘waterbed-effect’, doordat bedrijven ervoor zouden kiezen om met zzp’ers in dienst te gaan in plaats van een werknemer in vaste dienst te nemen. Inmiddels heeft het kabinet de uitwerking van de maatregelen bekendgemaakt. Wat zijn de meest relevante punten?

Minimumtarief
Het kabinet kiest voor een minimumtarief van € 16 per uur. De opdrachtgevers – ook particulieren – worden verantwoordelijk voor het controleren en betalen van dat tarief. De opdrachtnemer moet een uren- en kostenoverzicht overleggen, zodat de opdrachtgever het uurtarief kan berekenen. Blijkt dat er meer directe kosten en/of uren zijn gemaakt waardoor het tarief onder het minimumtarief uitkomt? In dat geval is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen. Dat is opmerkelijk, omdat het ondernemersrisico daarmee gedeeltelijk van de opdrachtnemer verschuift naar de opdrachtgever. Particuliere opdrachtgevers hoeven in dergelijke situaties niet bij te betalen.

Webmodule
Het kabinet wil naast het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring voor het hoge tarief (zie hierna) als extra instrument een webmodule inzetten om te bepalen of de arbeidsrelatie een dienstbetrekking is of niet. Als uit de antwoorden op vragen in de webmodule blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, dan krijgt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. De opdrachtgever heeft dan vooraf zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. Blijkt uit de antwoorden dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kunnen de opdrachtgever en opdrachtnemer de afspraken zo wijzigen dat er alsnog geen sprake is van een dienstbetrekking. Ook kunnen zij gebruikmaken van de zelfstandigenverklaring als zij voldoen aan de voorwaarden.

Opt-out en zelfstandigenverklaring
Ook opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt zullen moeten bijhouden wat hun uurtarief is, zodat controleerbaar wordt dat er sprake is van een hoog uurtarief. Als dat tarief hoger is dan € 75 per uur, kunnen opdrachtgever en -nemer ervoor kiezen om de loonheffingen en de werknemersverzekeringen niet van toepassing te laten zijn (opt-out). De opdrachtgever is dan gevrijwaard voor de loonheffingen en de opdrachtnemer is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook niet als (achteraf) blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De reikwijdte van de opt-out wordt uitgebreid naar het arbeidsrecht en (onder voorwaarden) naar de toepasselijkheid van pensioenen en cao’s. De opt-out werkt daardoor als een zelfstandigenverklaring. Een opdrachtnemer kan bijvoorbeeld achteraf geen aanspraak meer maken op loondoorbetaling bij ziekte. Evenmin kan een pensioenfonds met terugwerkende kracht pensioenpremies innen bij de opdrachtgever. De overeenkomst die in geval van opt-out moet worden gesloten, kan maar worden aangegaan voor een jaar. Er komt ook een samentelregeling; pas als er minimaal 6 maanden geen werkzaamheden zijn verricht voor een opdrachtgever, start bij aanvang van de werkzaamheden een nieuwe termijn van een jaar. Wisselen binnen een concern biedt geen soelaas.

Planning en handhaving
Er is de afgelopen maanden al veel kritiek geweest op deze plannen van het kabinet. De kritiek richt zich vooral op de enorme toename van de administratieve verplichtingen. Het is dus nog niet zeker dat de plannen doorgaan. De wetgeving moet in 2021 in werking treden.
Het huidige handhavingsbeleid wordt verlengd tot 1 januari 2021 en daarna gefaseerd afgebouwd. De Belastingdienst kan in deze periode slechts naheffen door aan te tonen dat er sprake is van:
• een (fictieve) dienstbetrekking; én
• opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid.

De handhaving is sinds 1 januari 2020 aangescherpt: de Belastingdienst kan ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

Minder kostenaftrek in de hoogste belastingschijf

Vanaf dit jaar wordt de ondernemersaftrek beperkt als uw inkomen in de hoogste belastingschijf wordt belast. Tot de ondernemersaftrek worden gerekend: de zelfstandigenaftrek, de aftrek speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, de stakingsaftrek, de mkb-winstvrijstelling en de tbs-vrijstelling. Al deze aftrekposten zijn nu nog maar aftrekbaar tegen 46%. Vorig jaar was dat nog 51,75%. Jaarlijks gaat daar 3% extra vanaf, zodat in 2023 al deze aftrekposten nog slechts aftrekbaar zijn tegen het tarief van de eerste schijf van 37,05%.

Gebruik uw nieuwe btw-id

Heeft u een eenmanszaak dan moet u sinds 1 januari 2020 uw nieuwe btw-identificatienummer (btw-id) gebruiken voor al uw contacten met klanten en leveranciers. Dat wil zeggen dat u uw facturen, website en andere communicatiemiddelen hierop moet hebben aangepast. Ook is het van belang dat u het nieuwe btw-identificatienummer doorgeeft aan uw adviseur, zodat hij/zij dit kan aanpassen in zijn/haar software en administratie. Uw btw-aangifte blijft u echter onder uw bestaande btw-identificatienummer doen.

Uitwisselingssysteem VIES
Drijft u ook handel binnen de Europese Unie? In die situatie kunnen uw leveranciers sinds 1 januari 2020 uw nieuwe identificatienummer verifiëren in het uitwisselingssysteem voor btw-informatie (VIES).

Heeft u btw betaald in een ander EU-land en wilt u deze btw via de Nederlandse Belastingdienst terugvragen? Voor de elektronische btw-teruggaaf uit andere EU-landen blijft u (of uw adviseur) inloggen met uw oude gebruikersnaam op het portaal op belastingdienst.nl/eubtw. Uw oude gebruikersnaam is uw omzetbelastingnummer met daarvoor ‘NL’. De Belastingdienst geeft dan uw nieuwe btw-id door aan de EU-belastingdiensten, die uw verzoek om teruggaaf in behandeling nemen.

Jaaraangifte btw alleen voor natuurlijke personen

De jaaraangifte voor de btw blijft vanaf 2020 in stand voor kleine ondernemers/natuurlijke personen en voor samenwerkingsverbanden met uitsluitend natuurlijke personen. Rechtspersonen kunnen vanaf 2020 geen jaaraangifte meer doen voor de btw.

EIA ook voor CO2-uitstootbeperkende investeringen

De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een extra aftrekpost van de investeringskosten op de fiscale winst bovenop de gebruikelijke afschrijving. Het aftrekpercentage bedraagt 45%. U komt hiervoor in aanmerking als uw bedrijf investeert in een energiezuinig bedrijfsmiddel dat op de zogenaamde Energielijst staat. Nieuw op de Energielijst 2020 zijn met name de CO2-uitstootbeperkende investeringen. U moet de EIA aanvragen binnen drie maanden na het verlenen van de investeringsopdracht.

Doe tijdig opgave uitbetaalde bedragen aan derden

Heeft u in 2019 bedragen uitbetaald aan derden? Denk er dan aan dat u hiervan uiterlijk 31 januari 2020 opgave doet bij de Belastingdienst. Er wordt geen uitstel verleend. U moet de gegevens over de aan derden uitbetaalde bedragen (de zogenoemde IB 47-opgave) digitaal aanleveren bij de Belastingdienst via gegevensportaal.belastingdienst.nl. Dat kan via het Sjabloon Derden Uitbetaling (SDU-sjabloon) van de Belastingdienst of de software van de Belastingdienst met de ‘Invoerapplicatie voor opgaven derden uitbetaling (IDU)’. U kunt de gegevens ook aanleveren via de eigen software. In dat geval kunt u in de ‘Handleiding Opgaven uitbetaalde bedragen aan derden’ lezen waar het aan te leveren bestand aan moet voldoen.

Bewijs vervoer of verzending naar andere lidstaat gewijzigd

Levert u goederen aan een afnemer in een andere EU-lidstaat, dan mag u alleen het nultarief toepassen als de goederen daadwerkelijk naar de andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd. U moet bewijzen dat dit ook feitelijk is gebeurd. Sinds 1 januari 2020 is het aantal bewijsstukken dat u daarvoor moet kunnen overleggen in beginsel teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken die onafhankelijk van elkaar zijn opgesteld. Daarbij kunt u denken aan een door uzelf ondertekend CMR-document in combinatie met een aan het vervoer gerelateerd bewijs van een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld de afnemer). Als u de twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken kunt overleggen, dan wordt aangenomen dat de goederen daadwerkelijk zijn vervoerd naar het land van de afnemer.

Start nieuwe kleineondernemersregeling

Op 1 januari 2020 is de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) in werking getreden onder een nieuwe naam: de omzet gerelateerde vrijstelling omzetbelasting (OVOB). Daardoor verandert er veel als u van deze regeling gebruikmaakt of wilt maken. U kon zich vóór 20 november 2019 aan- of juist afmelden voor deze nieuwe regeling om per 1 januari 2020 direct wel of juist niet in de regeling te vallen. Maar u kunt zich ook nu nog aanmelden voor de OVOB, maar dan kunt u er pas in het volgende btw-aangiftetijdvak gebruik van maken. De OVOB start dan in beginsel op 1 april 2020. U moet uiteraard wel aan de voorwaarden voldoen.

Voorwaarden voor deelname
Anders dan bij de oude KOR moet u vooraf beoordelen of u van de regeling gebruik kunt maken. U kunt de regeling namelijk niet met terugwerkende kracht toepassen. De Belastingdienst geeft aan vier weken nodig te hebben om uw aanmelding te verwerken. U moet zich dus uiterlijk 4 weken voor de aanvang van uw btw-aangiftetijdvak bij de Belastingdienst aanmelden voor de OVOB. Deelname is mogelijk als u een in Nederland gevestigde btw-plichtige ondernemer bent met een maximale jaaromzet van € 20.000 exclusief btw. Ook als u uw onderneming drijft in een rechtspersoon (zoals bv’s, stichtingen en verenigingen) kunt u de OVOB toepassen. De oude KOR stond alleen open voor ondernemers/ natuurlijke personen.

Als u kiest voor deelname aan de OVOB, dan geldt dat voor minimaal 3 jaar, tenzij u de omzetgrens tussentijds overschrijdt. In dat geval vervalt de regeling zodra u de grens hebt overschreden.

Let op
Het is dus van groot belang dat u een reële inschatting maakt (of laat maken) van uw jaaromzet.

Zonnepaneelhouders
Hebt u zonnepanelen en levert u stroom aan uw energieleverancier? In dat geval bent u ook btw-ondernemer. Ook u kunt van de OVOB gebruikmaken. Als u dat doet, moet u in beginsel een deel van de in het verleden afgetrokken btw terugbetalen. Dit is het geval als na het jaar van aanschaf nog geen vier jaar zijn verstreken. Maar het goede nieuws is dat de terugbetaling achterwege blijft als de terug te betalen btw jaarlijks minder bedraagt dan € 500. Meldt u zich in 2020 aan voor de OVOB, dan geldt dit in iedere geval gedurende de minimumduur van de OVOB van 3 jaar.

Wat heeft de OVOB u te bieden?
Past u de OVOB toe, dan heeft u een btw-vrijstelling en daarmee minder administratieve verplichtingen. U hoeft dan geen btw-aangifte te doen. U brengt verder geen btw in rekening, maar dit betekent ook dat u geen btw kunt aftrekken en/of terugvragen.

Wanneer is OVOB aantrekkelijk voor u?
De regeling is voor u vooral interessant als u jaarlijks btw moet afdragen en veel zaken doet met afnemers die geen btw kunnen aftrekken, zoals particulieren en vrijgestelde ondernemers. Doordat u geen btw meer hoeft af te dragen, levert u dit onder omstandigheden een hogere winst op. U bespaart bovendien tijd omdat u geen btw-verplichtingen meer heeft.
De regeling is niet interessant voor u als u jaarlijks btw terugkrijgt of als u veel investeringen doet, waarvan u de btw zou kunnen aftrekken. Heeft u een sterk wisselende omzet, dan is de OVOB ook minder geschikt voor u, omdat u dan tussentijds verplicht uit de regeling moet en direct weer moet voldoen aan alle btw-verplichtingen. Bovendien wordt u vervolgens 3 jaar uitgesloten van een nieuwe deelname.

Tip
Heeft u de deadline van 20 november 2019 gemist, maar denkt u toch baat te hebben bij de toepassing van de nieuwe KOR? Ga dan aan tafel met uw btw-adviseur en onderzoek of de OVOB een optie is voor u. Als u zich tijdig aanmeldt, kunt u vanaf 1 april a.s. gebruiken van deze nieuwe regeling.

Geldig btw-id afnemer verplicht voor nultarief

Wilt u over uw intracommunautaire leveringen het nultarief toepassen? In dat geval bent u sinds 1 januari jl. verplicht om over een geldig btw-identificatienummer (btw-id) van uw afnemer te beschikken. Zorg dus dat u altijd het juiste btw-identificatienummer in uw bezit hebt op het moment dat u gaat factureren.

Aanwijzing als intracommunautaire levering bij ketentransacties

Er is sprake van een ketentransactie als dezelfde goederen opeenvolgend worden verkocht tussen drie of meer ondernemers, terwijl de goederen slechts één keer intracommunautair worden vervoerd of verzonden. Intracommunautair wil zeggen dat de goederen over de landsgrenzen binnen de EU worden vervoerd. De goederen gaan daarbij van de eerste ondernemer die levert in de keten rechtstreeks naar de laatste afnemer in de keten. Hoewel de keten bestaat uit verschillende leveringen, kan slechts één levering worden aangemerkt als intracommunautaire levering, waarvoor het nultarief geldt. Als hoofdregel geldt dat dit de levering is aan de ondernemer die het transport regelt of de opdracht daartoe geeft (ook wel tussenhandelaar genoemd). De overige leveringen binnen de keten worden aangemerkt als normale binnenlandse leveringen. De levering vóór de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen ná de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat waar het intracommunautaire vervoer eindigt.

9%-tarief voor digitale media

Sinds 1 januari 2020 is het 9%-tarief van toepassing op digitale publicaties, zoals digitale boeken, kranten en tijdschriften, maar bijvoorbeeld ook audioboeken. Het uitgangspunt hierbij is steeds dat de digitale uitgaven onder het verlaagde btw-tarief vallen als deze vergelijkbaar zijn met uitgaven op fysieke dragers waarop het verlaagde tarief van toepassing zou zijn. Het verlaagd tarief mag ook worden toegepast op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites, zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften.

Geen overgangsregeling
Er is geen overgangsregeling getroffen. Bepalend voor het btw-tarief is het tijdvak waarin de btw moet worden aangegeven. Wordt er vooruitbetaald op bijvoorbeeld een jaarabonnement van een digitaal tijdschrift, dan is hiervoor het moment van betaling of facturatie doorslaggevend. Wordt er betaald of gefactureerd in 2020, dan bent u 9% btw verschuldigd. Vorig jaar was dat nog 21%. Wordt achteraf betaald, dan is bij verkoop aan particulieren het moment waarop de verstrekte dienst is voltooid doorslaggevend voor het btw-tarief. Wordt geleverd aan ondernemers en achteraf betaald, dan is het moment van factureren (of het moment waarop uiterlijk had moeten worden gefactureerd) bepalend voor het btw-tarief.

Geen administratieve knelpunten meer bij voorraden op afroep

Heeft u goederen naar een andere lidstaat van de EU verplaatst om deze in dat land op voorraad te hebben? U moet dan die overbrenging van goederen melden in uw btw-aangifte en op de periodieke Opgaaf intracommunautaire prestaties (Opgaaf ICP). Bovendien moet u in het land van aankomst van de goederen deze overbrenging als zogenaamde intracommunautaire verwerving aangeven als een met btw belaste prestatie. U zult zich daarvoor moeten registreren in die lidstaat en daar btw-aangifte moeten doen. Als u later die goederen uit de voorraad levert aan een afnemer, dan heeft u opnieuw een aangifteverplichting in die lidstaat. Bent u niet in die andere lidstaat gevestigd of heeft u daar geen vaste inrichting, dan heeft u veel last van al deze verplichtingen. In de situatie waarin u direct bij uw afnemer die voor hem of haar bestemde goederen op voorraad aanhoudt, hoeft u zich sinds 1 januari 2020 niet meer in die lidstaat te registreren en heeft u daar geen aangifteplicht. De afnemer moet dan een intracommunautaire verwerving aangeven in zijn of haar btw-aangifte, zodra de goederen uit de voorraad worden gehaald.

Denk aan de btw-deadlines bij onroerende zaken

Heeft u bij de koop of verkoop van een onroerende zaak ervoor gekozen om btw-belast te leveren? In dat geval moet de koper binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin het pand aan hem/haar is geleverd, een schriftelijke verklaring uitreiken aan de verkoper en de Belastingdienst. Daaruit moet blijken dat de koper het pand in beide jaren ook feitelijk voor 90% (soms 70%) of meer voor belaste prestaties heeft gebruikt. Bij een belaste levering in 2018 moet dat dus uiterlijk gebeuren vóór 29 januari 2020.

Belaste verhuur
Bij belaste verhuur van een onroerende zaak moet de huurder die niet meer aan het 90%- (soms 70%-)criterium voldoet, dit melden bij de verhuurder en bij de Belastingdienst binnen vier weken na afloop van het jaar.

Minder kosten voor Brede weersverzekering

Het weer in Nederland wordt steeds extremer. Dit betekent dat de kans op schade aan gewassen toeneemt. U kunt daartegen een Brede weersverzekering sluiten. Sinds 1 januari jl. hoeft u hiervoor geen 21% assurantiebelasting meer te betalen. U kunt bovendien een tegemoetkoming krijgen in de verzekeringspremie.

Borgstellingsregeling voor extra krediet startende boeren met duurzaam bedrijf

Jonge startende boeren en tuinders opgelet! Wil je een duurzaam en toekomstbestendig bedrijf opzetten, maar ontbreken je de middelen om dit te financieren? Dan kan je ondersteuning krijgen bij het verkrijgen van die financiering voor investeringen in innovatie door een beroep te doen op de Borgstellingsregeling Vermogensversterkende Kredieten (BVK) van de overheid. Het budget van de BVK wordt deels ook gebruikt om je kennis van het ondernemerschap bij te brengen.

Verduurzamen landbouwsector
Een natuurlijk moment om te investeren, is een bedrijfsovername. Aangezien de landbouw moet verduurzamen, zullen investeringen daarop gericht zijn. De BVK maakt het voor financiers mogelijk om extra leningen te verstrekken aan jonge boeren die willen investeren in innovatie. Om gebruik te kunnen maken van de borgstellingsregeling moet je als jonge agrariër aan de volgende voorwaarden voldoen:
• er moet een investeringsplan zijn dat voldoet aan minimaal één van de kringlooplandbouwcriteria; en
• de investeringen moeten de rentabiliteit van het bedrijf aantoonbaar verbeteren ten opzichte van de situatie vóór de overname van het bedrijf.

Procedure
Je kan gebruikmaken van de borgstellingsregeling door contact op te nemen met een deelnemende financier. Die dient de kredietovereenkomst in bij de RVO voor de overheidsborgstelling.

Bron: Fiscount

Laat ons u bellen